Oorsprong: Duitsland.

Gebruik: Waak- en verdedigingshond.

Geldigheidsdatum v.d. originele standaard
27.07.94

FCI-indeling: groep 2.
Pinschers, Schnauzers,
Molossers en Zwitserse Sennenhonden.
Sectie: 2 zonder werkproef.

 

Rasstandaard DD
1 –  neus
2 –  neusbrug
3 –  lippen
4 –  stop
5 –  bakken
6 –  schedel
7 –  keel
8 –  oor
9 –  hals
10 – nek
11 – schoft
12 – rug
13 – croupe
14 – bekken
15 – staartaanzet
16 – staart
17 – voorborst
18 – borstkas
19 – borstbeen
20 – schouderblad
21 – opperarm
22 – elleboog
23 – onderarm
24 – pols
25 – middenvoorvoet
26 – tenen
27 – geslachtsdeel
28 – dijbeen
29 – knieschijf
30 – onderbeen
31 – springbeenknobbel
32 – spronggewricht
33 – middenachtervoet

 

[title size="1"]Geschiedenis[/title]

De oude bullebijters
Als voorloper van de huidige Duitse dog worden de oude bulle-bijters beschouwd en de ” Hatz en Sauruden “, die een kruising waren van de sterke mastiff van het Engelse type en een snelle wendbare windhond. Onder een dog verstond men een grote sterke hond, die niet tot een bepaald ras behoorde.
Later werden verschillende typen van deze hond, variërend in grootte en kleur, Ulmer dog, Engelse dog, Deense dog,Hatzrude, Saupacker en grote dog genoemd.

Een zevenkoppig committee
In 1878 werd in Berlijn door een zevenkoppig committee, bestaande uit enthousiaste fokkers en keurmeesters, onder voorzitterschap van Dr. Bodinus, het besluit genomen alle bovengenoemde variëteiten de naam Duitse dog te geven. Daarmee werd de grondslag gelegd voor een zelfstandig Duits hondenras.
In 1880 werd ter gelegenheid van een tentoonstelling in Berlijn voor het eerst een doggenstandaard vastgelegd, die sinds 1888 door de D.D.C. 1888 e.v. bewaakt wordt en in de loop der jaren verschillende malen werd veranderd.

De huidige formulering is volgens FCI-voorschrift.

[title size="1"]Algemene Verschijning[/title]

Edele verschijning
De duitse dog verenigt in zijn gehele edele verschijning, die grote, krachtige en solide lichaamsbouw verraadt, trots,kracht en elegantie.
Door zijn substantie, adel en harmonische verschijning en in het bijzonder zijn uitdrukkingsvolle hoofd, boeit hij de toeschouwer als een edel standbeeld.
Hij is de apollo onder de hondenrassen.

Belangrijke verhoudingen:
Zijn lichaam toont bijna vierkant, dit geldt in het bijzonder voor de reuen.
De lichaamslengte( van borstbeenpunt tot zitbeen) mag de schofthoogte bij reuen met niet meer dan 5% en bij teven met niet meer dan 10% overschrijden.
De schofthoogte bedraagt bij reuen min. 80 cm en bij teven min. 72 cm.

Karakter:
Vriendelijk, liefdevol en aanhankelijk tegenover zijn bezitters, vooral tegenover kinderen; terughoudend tegenover vreemden.
Hij behoort een zelfverzekerde, onverschrokken, makkelijk te hanteren en leergierige begeleidings- en familiehond te zijn met een hoge prikkeldrempel en zonder enig spoor van agressiviteit

 

[title size="2"]Het Hoofd[/title]
[accordian] [toggle title=”Het Hoofd” open=”no”]In harmonie met de totale verschijning, langgestrekt, smal, markant, uitdrukkingsvol, mooi gebeiteld ( vooral het gedeelte onder de ogen);
Goed ontwikkelde wenkbrauwbogen, echter zonder vooruit te steken. De afstand van de neuspunt tot de duidelijke stop en van de stop tot de zwak ontwikkelde achterhoofdsknobbel moet zo mogelijk gelijk zijn.
De bovenkant van de neusrug en bovenkant van de schedel moeten parallel lopen.
Van voren gezien moet het hoofd smal lijken, met een zo breed mogelijke neusrug en slechts licht ontwikkelde wangspieren, die in ieder geval niet sterk naar voren mogen komen.[/toggle] [toggle title=”Neus” open=”no”]

Goed ontwikkeld, meer breed dan rond en met grote openingen.
De neus moet zwart zijn, behalve bij zwart-witte doggen, waarbij een zwarte neus wel gewenst is ,maar waarbij een gevlekte of vleeskleurige neus wordt toegestaan.

Bij blauwe doggen is de neuskleur antraciet (verdunningsfactor zwart)

[/toggle] [toggle title=”Voorsnuit” open=”no”]

Moet diep en zo rechthoekig mogelijk zijn.
Duidelijke liphoeking en donker gepigmenteerde lippen.
Bij zwart-wit gevlekte doggen zijn onvolledig gepigmenteerde of vleeskleurige lippen toegestaan.

[/toggle] [toggle title=”Oren” open=”no”]Van nature hangend, hoog aangezet, middelgroot en de voorste oorranden moeten aan de kaak aansluiten.[/toggle] [toggle title=”Hals” open=”no”]Lang, droog en gespierd.
Duidelijke aanzet en naar het hoofd toe licht versmallend met mooi gebogen halslijn.
Rechtop gedragen, daarbij iets naar voren neigend.[/toggle] [toggle title=”Kaak/Gebit/Tanden:” open=”no”]Goed ontwikkelde brede kaak.
Krachtig, gezond en volledig schaargebit (42 elementen).[/toggle] [toggle title=”Ogen” open=”no”]Middelgroot, amandelvormig met goed aangesloten oogleden, zo donker mogelijk met levendige vriendelijke uitdrukking.
Bij blauwe doggen zijn iets lichtere ogen toegestaan.
Bij zwart-wit gevlekte doggen zijn lichte of verschillend gekleurde ogen toegestaan.
De oogleden moeten zeer goed aansluiten.[/toggle][/accordian]

 

[title size="2"]Het Lichaam[/title]
[accordian] [toggle title=”Schoft” open=”no”]Het hoogste punt van het krachtige lichaam.
Het wordt gevormd door de schouderbladranden,die boven de doornuitsteeksels uitkomen.[/toggle] [toggle title=”Rug” open=”no”]Kort en strak, in vrijwel rechte lijn zeer licht naar achteren aflopend.
De lendenen licht gewelfd, breed en krachtig bespierd.[/toggle] [toggle title=”Rug” open=”no”]Breed, sterk bespierd en van kruisbeen tot staartaanzet licht aflopend en vloeiend overgaand in de staartaanzet.[/toggle] [toggle title=”Borstkas” open=”no”]Reikend tot aan de ellebogen, goed gewelfde ribben, borst goed breed en duidelijke voorborst.[/toggle] [toggle title=”Buiklijn” open=”no”]Buik naar achteren goed opgetrokken en met de onderkant van de borstkas een mooi oplopende lijn vormend.[/toggle] [/accordian]

 

[title size="2"]De Voor- & Achterhand[/title] De Voorhand
[accordian] [toggle title=”Schouders” open=”no”]Krachtig bespierd, het schouderblad lang en schuin liggend, met het opperarmbeen een hoek van 100 tot 110 graden vormend.[/toggle] [toggle title=”Opperarm” open=”no”]Krachtig en gespierd, goed aansluitend, moet iets langer zijn dan het schouderblad.[/toggle] [toggle title=”Ellebogen” open=”no”]Naar buiten noch naar binnen draaiend.[/toggle] [toggle title=”Onderarm” open=”no”]Krachtig, gespierd, van voren zowel als van opzij volledig recht.[/toggle] [toggle title=”Polsen” open=”no”]Krachtig, stabiel, zich slechts in geringe mate van de onderarm onderscheidend.[/toggle] [toggle title=”Middenvoorvoet” open=”no”]Krachtig, van voren gezien recht, van opzij gezien enigszins naar voren gericht.[/toggle] [toggle title=”Voorvoet” open=”no”]Rond,hoog opgetrokken tenen en goed gesloten ( katvoet).
Nagels kort, sterk en zo donker mogelijk.[/toggle] [/accordian]

 

De Achterhand
[accordian] [toggle title=”Achterhand” open=”no”]Het totale beenwerk is bedekt met sterke spieren, die de croupe, heupen en bovenbenen breed en rond doen lijken.
De krachtige goed gehoekte achterbenen staan, van achter gezien, in een lijn met de voorpoten.[/toggle] [toggle title=”Dijbeen” open=”no”]Lang,breed en zeer goed bespierd.
Knie, krachtig en bijna loodrecht onder het heupgewricht geplaatst.[/toggle] [toggle title=”Kuit- & Scheenbeen” open=”no”]Lang,ongeveer even lang als het dijbeen en goed bespierd.[/toggle] [toggle title=”Spronggewricht” open=”no”]Krachtig, stabiel, naar binnen noch naar buiten draaiend.[/toggle] [toggle title=”Middenachtervoet” open=”no”]Kort, krachtig en bijna loodrecht t.o.v. de bodem staand.[/toggle] [toggle title=”Achtervoeten” open=”no”]Rond, hoog opgetrokken tenen en goed gesloten ( katvoeten).
Korte nagels en zo donker mogelijk.[/toggle] [/accordian]

 

[title size="2"]Gangwerk, Huid & Beharing[/title]
[accordian] [toggle title=”Gangwerk” open=”no”]Harmonieus, soepel en ruim uitgrijpend, licht verend, waarbij de benen, zowel van voren als van achteren gezien, parallel moeten bewegen.[/toggle] [toggle title=”Huid” open=”no”]Nauw aansluitend, bij eenkleurige doggen goed gepigmenteerd.
Bij zwart-wit gevlekte doggen komt de pigmentverdeling vrijwel overeen met de vlekverdeling.[/toggle] [toggle title=”Beharing” open=”no”]Hoedanigheid: zeer kort en dicht, glad aaneengesloten en glanzend.[/toggle] [/accordian]

 

[title size="2"]Kleurvariateiten[/title]
[accordian] [toggle title=”Kleur” open=”no”]De duitse dog wordt in drie zelfstandige variëteiten gefokt: geel en gestroomd, gevlekt en zwart, blauw.[/toggle] [toggle title=”Zwart-wit” open=”no”]Grondkleur zuiver wit, zo mogelijk zonder doorslag van zwarte haren, met over het gehele lichaam goed verdeelde ongelijkvormige lakzwarte vlekken.
Niet gewenst zijn grijze of bruinachtige vlekgedeelten[/toggle] [toggle title=”Zwart” open=”no”]Lakzwart, witte aftekeningen zijn toegestaan;

Tot deze kleur behoren ook de manteldoggen, waarbij het zwart als een mantel het lichaam bedekt en waarbij de voorsnuit, hals, borst, buik, benen en staartpunt wit kunnen zijn.

Ook doggen met een hoofdzakelijk witte kleur en grote zwarte delen, zogenaamde “Platendoggen”.[/toggle] [toggle title=”Blauw” open=”no”]Zuiver staalblauw, witte aftekeningen op borst en benen zijn toegestaan.[/toggle] [toggle title=”Geel” open=”no”]Licht tot donker goudgeel, zwart masker gewenst.
Niet gewenst zijn kleine witte aftekeningen op borst en tenen.[/toggle] [toggle title=”Gestroomd” open=”no”]Grondkleur licht tot donker goudgeel, met zwarte duidelijk getekende en zo gelijkmatig mogelijk, evenwijdig aan de ribben lopende strepen.
Zwart masker gewenst.
Niet gewenst zijn kleine witte aftekeningen op borst en tenen.[/toggle] [/accordian]